
Ik ben weer terug bij af, de reis lijkt een cyclus, het zij aan zij getij ontwijdt, je steelt wat me lief is, ontvang deze rap nu alsof het een brief is, weet dat het niet niets is, dat ik opnieuw moet zien hoe verdriet is door mijn diepste feelings. Mijn hart schreeuwt mijn wil met een gil van stilte, want steeds als jij zo stil bleef, zag ik dat je gilde. Zie mij nu van binnen tussen de zinnen beginnen met het zoeken naar woorden die niet zijn te vinden om naar jou toe te zingen, gedachten blijven spoken als innerlijke schimmen. Je kijkt van af een bergtop ‘verboden te beklimmen’. Jouw ogen zijn het in me, je lach die me beminde, je stem voert me mee als onbekende winden. Wat wil je, wie speel je, het rilt hier van de stilte. Het verhaal dat in je schuilt vanachter die ogen, ik kan wel blijven kloppen maar die deur gaat niet open, als mijn leven een weg is wil ik die met jou lopen, spuug in mijn gezicht en ik zal je niet verstoten, elke leugen in mijn hoofd is een kogel, afgevuurd van achter en door jouw hand geschoten, de woorden die je zwijgt zijn bereidt mij te doden, sorry dat ik ben, en heb durven te hopen.
Een roos lag op de tafel, ik had em net voor je gekocht,
Maar je stilte zei genoeg, ik heb je niet gezocht
Sorry dat ik ben wie ik ben en durf te hopen
Je ogen zijn als messen en mijn wond ligt nu open
Nu kijk ik door de ramen met tranen jouw verhalen te herhalen die maakte dat ik straalde maar nu, slechts de adem uit me halend, mijn emotie bepalend, je woorden snijden diep, het is een blijvende schade, er is geen nieuw begin als witte gewaden, er is alleen een waas helaas die mij steeds doet verdwalen, geen middel in de wereld om de prijs te betalen, maar licht blijft licht, sterren blijven stralen, zonlicht schijnt opnieuw in de diepte van de dalen, maar de koelte van mijn hart laat de warmte niet ontwaken, verstopt in een hoekje ligt de hoop nog te slapen, geblokkeerd in het duister, achter jouw blokkade. ’t Is tijd voor een verandering, de steen moet worden weggerold ik weet dat het niet anders is, stem van het licht in de tijd dat ik je handen mis, geen rem om mijn gedicht omdat ik weet wanneer ik kansen mis, de wolken breken open als je inziet wat het antwoord is. Ik ben gaan drinken bij de bron van liefde, door tranen gedreven omdat ik zelf niets heb te bieden, mijn leven daar begraven want winnen werd verliezen, alles kreeg een nieuwe start en nu mag ik weer genieten.
Een roos lag op de tafel, ik had em net voor je gekocht,
Maar je stilte zei genoeg, ik heb je niet gezocht
Sorry dat ik ben wie ik ben en durf te hopen
Je ogen zijn als messen en mijn wond ligt nu open

Geen opmerkingen:
Een reactie posten