Het was lang geleden dat hij de wereld zo bekeken had. Met een dikke warme sjaal, een witte muts met een blauw rode pluim, de zwarte wollen handschoenen en een stralende lach. Het wit aan de takken glansde mooier dan kristallen onder de strak blauwe hemel. De zon was al over zijn hoogtepunt, en maakte rustig aanstalten naar het oosten te gaan, om uit te rusten. De zonnestralen schenen door de mist en namen hem mee naar een sprookje. Ze namen hem mee naar deze wereld van perfectie, waar hij een middag in rond mocht dwarrelen. Niet in het verleden, of in een snoephuis. Ook niet met heksen en dwergen. Zelfs niet met prinsessen en ridders. Dit was zijn sprookje. De werkelijkheid die te mooi was om als “een mooie dag”te bestempelen. Deze dag kreeg de stempel “sprookje”.
Lopend over het bospad zag hij de bomen. IJspegels aan de takken deden hem de kracht van schoonheid zien. De kabbelende beekjes rond het kasteel waren tot stilstand gekomen, en gaven hem de mogelijkheid op het water te lopen. Op dit spiegelende water kon hij glijden zonder het resultaat te weten. Zonder de grenzen te bepalen. Het stuur had hij niet in eigen hand. En juist dat is het moment dat hij kon genieten. De gedachten van een kind die speelt met een bal en een hoepel, op het veldje waar de geur van gemaaid gras in de lucht hangt. Zo was zijn blijdschap. Rennend van de heuvel schoof hij op zijn buik over het ijs, en genoot van de meters die hij aflegde terwijl hij gleed de tunnel van wijd geopende benen, die hem nakeken terwijl hij onder hen door schoot.
Het sneeuw van de grond bedekte zijn haar, en met een brede glimlach en glinsterende ogen keek hij. Hij keek naar datgene wat het sprookje tot een sprookje maakte. Hij keek naar degene die de prinses is. Haar ogen deden zijn hart tekeer gaan. Die blauwe ogen die van onder haar petje naar hem keken. Die ogen die zeiden: “ik laat niet weten wat ik denk”. Haar lach doet de vogels fluiten, en de vlinders vliegen. Vanuit het niets zitten ze dan in zijn buik. Maar wie is hij? Wie is die jongen die nooit ridder zal zijn? Die nooit het zwaard zal heffen om de draak te verslaan. Deze jongen wacht op haar. Hij wacht tot de prinses naar hem komt met de blik van zijn projectie,en zegt: van alle jongens ben jij het meest speciaal.
Ik klapte het boek dicht, en legde het bij die boom waar ik hem vond. Daar in een daal van veen. Ik bedekte het met bladeren en liep weer verder.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

3 opmerkingen:
wauw sjoerd
wat een cool verhaal
echt mooi!
Jammer dat je maar zo weinig schrijft..
Echt knap gedaan!
Liefs
lydia
update?
Hoofd, geef eens aan Short zijn vingers door dat hij zijn site moet updaten?
Alvast bedankt
De directie
Een reactie posten