Het was lang geleden dat hij de wereld zo bekeken had. Met een dikke warme sjaal, een witte muts met een blauw rode pluim, de zwarte wollen handschoenen en een stralende lach. Het wit aan de takken glansde mooier dan kristallen onder de strak blauwe hemel. De zon was al over zijn hoogtepunt, en maakte rustig aanstalten naar het oosten te gaan, om uit te rusten. De zonnestralen schenen door de mist en namen hem mee naar een sprookje. Ze namen hem mee naar deze wereld van perfectie, waar hij een middag in rond mocht dwarrelen. Niet in het verleden, of in een snoephuis. Ook niet met heksen en dwergen. Zelfs niet met prinsessen en ridders. Dit was zijn sprookje. De werkelijkheid die te mooi was om als “een mooie dag”te bestempelen. Deze dag kreeg de stempel “sprookje”.
Lopend over het bospad zag hij de bomen. IJspegels aan de takken deden hem de kracht van schoonheid zien. De kabbelende beekjes rond het kasteel waren tot stilstand gekomen, en gaven hem de mogelijkheid op het water te lopen. Op dit spiegelende water kon hij glijden zonder het resultaat te weten. Zonder de grenzen te bepalen. Het stuur had hij niet in eigen hand. En juist dat is het moment dat hij kon genieten. De gedachten van een kind die speelt met een bal en een hoepel, op het veldje waar de geur van gemaaid gras in de lucht hangt. Zo was zijn blijdschap. Rennend van de heuvel schoof hij op zijn buik over het ijs, en genoot van de meters die hij aflegde terwijl hij gleed de tunnel van wijd geopende benen, die hem nakeken terwijl hij onder hen door schoot.
Het sneeuw van de grond bedekte zijn haar, en met een brede glimlach en glinsterende ogen keek hij. Hij keek naar datgene wat het sprookje tot een sprookje maakte. Hij keek naar degene die de prinses is. Haar ogen deden zijn hart tekeer gaan. Die blauwe ogen die van onder haar petje naar hem keken. Die ogen die zeiden: “ik laat niet weten wat ik denk”. Haar lach doet de vogels fluiten, en de vlinders vliegen. Vanuit het niets zitten ze dan in zijn buik. Maar wie is hij? Wie is die jongen die nooit ridder zal zijn? Die nooit het zwaard zal heffen om de draak te verslaan. Deze jongen wacht op haar. Hij wacht tot de prinses naar hem komt met de blik van zijn projectie,en zegt: van alle jongens ben jij het meest speciaal.
Ik klapte het boek dicht, en legde het bij die boom waar ik hem vond. Daar in een daal van veen. Ik bedekte het met bladeren en liep weer verder.
zondag 23 december 2007
zaterdag 1 december 2007
Vandaag
Dit is weer zo ’n dag. Zo’n dag waarop je van alles kan doen. Een dag die vol gepland zou moeten staan met alle taken die ik steeds weer heb uitgesteld. De minuten tikken weg. Steeds een paar in een uur. Zo voelt het. Mijn sinterklaas gedicht moet ik nog maken. Voor school kan ik nog genoeg doen. Het cadeautje voor vanavond kan ik nog inpakken. Tijd met God heb ik vandaag ook nog niet gehad. Maar geen van die dingen doe ik. In plaats daarvan typ ik dat niks doe. Starend naar buiten met gedachten over emoties, en emoties door mijn gedachten. Eigenlijk ben ik maar met een ding echt bezig. En dat is juist datgene waar ik echt niet mee bezig wil zijn. Voortdurend strijd ik in mijn hoofd. De troepen van het verstand tegen de legermacht van mijn gevoel. De infanterie op de muren. Zij verdedigen wat ik wil. Zij moeten stand houden tegen het onverstandige. Tegen de strijdwagens van het gevoel. Tegen de strijdwagens die zoveel sterker zijn dan de verdedigende soldaten. Tegen die macht die als een golf over mijn protectie walst. Het vervelende van golven is dat ze niet te stoppen zijn en overal door heen breken. Je kan ze niet beheersen en je kan je er niet tegen beschermen. Deze golf overstroomt me, en ik verdrink. Ik verdrink in mijn fantasie. In onwerkelijkheid. In de mooiste droom. Nu zink ik naar de bodem, waar het blinkende koraal is. De mooiste kleuren die bestaan zijn daar te vinden. Ik wil ze pakken. Die kleuren die me blij maken, die me geven wat ik zoek. Maar zodra ik mijn hand uitstrek worden mij de ogen geopend. Dan zie ik dat er geen koraal is. Dat er geen antwoord is op een te groot verlangen. Ik zie slechts de kleuren veranderen in bruin en grijs. In de lucht buiten en de kale bomen om me heen. Want dat is hoe het echt zit. Dat is wat verstandelijk klopt. Bomen die kaal zijn. Ze hebben geen blaadjes meer om af te werpen, want die hebben zelf al afscheid genomen. Ze liggen nu te rotten op de grond, en beloven de boom dat hij volgend seizoen nieuwe blaadjes krijgt. Nieuwe kleuren en een gevoel van blijdschap. Maar de boom is ook niet dom. Hij weet dat ook die blaadjes weer afscheid zullen nemen. Dan dwarrelen ze naar beneden en rotten weg. Het zijn herinneringen die de diepte van de aarde lastig vallen. Het zijn uitgesproken gedachten waar al de glans van is verdwenen. Wat doe ik weer moeilijk he? Koraal in de zee, bladeren onder de boom, en grijze lucht. Ik snap zelf niet dat ik het nodig heb om zo heen te draaien om mijn eigen hart. Maar het doet me goed om erkenning te krijgen. Om te zien dat zelfs de natuur instemt met mijn innerlijke verhaal. God toont me elke dag weer hoe bijzonder alles is wat hij heeft gemaakt. En dat gebruik ik dan ook. Ik geniet ervan om met de wonderen van deze planeet mijn gedachtewereld te vergelijken. Alleen wijst God niemand af. Hij maakt steeds alles nieuw. Een nieuw seizoen is als een nieuwe start. En dit nieuwe seizoen kijkt niet terug op de blaadjes die vorig seizoen van de boom vielen. Die zijn namelijk verteert. Ze liggen in de zee van vergeten herinneringen. Ze zijn niet meer nodig omdat ze eigenlijk alleen maar pijn met zich mee brengen. En hoe herkenbaar is dat? Ik sleep dagelijks met een zware tas. Niet met boeken of kleren. Met eten of geld. Nee, met lood. En als ik goed kijk staat er iets ingekerfd. “Afwijzing”, staat er op een. “Onzekerheid” staat op een tweede. “onnuttig” staat weer op een andere. En zo loop ik door het leven. Wel een beetje onaardig van me, dat ik die tas aan Jezus wil geven, maar niet de overbodige dingen uit die tas haal. Zo laat ik Hem lijden voor mijn leven. “Heer Jezus, zet die tas maar even neer. Ik moet er nog wat uithalen, bedacht ik me net”. De tas ging open en Jezus kijkt me aan. “Ja, ik hoopte al dat je die niet meer nodig had. We kunnen onze reis veel sneller lopen zonder onnodig zware last. Geef ze maar aan Mij”. Zijn stem klinkt zo liefdevol en wijs! Hij pakt de brokken lood, en in Zijn hand smelt het weg. Door de gaten in zijn handen loopt het weg in de put. Die vervoert het naar de zee. De zee van vergeten herinneringen.
zaterdag 22 september 2007
Deken van Troost
Gister was Tim's afscheid. Hij gaat naar Amerika. 6 maanden lang moeten we em missen. Iedereen was er. Het deed me goed iedereen weer te zien, en om met elkaar voor Tim te bidden. Om met Levi, David en Mattias diep te praten, en met Adriaan naar de FEBO te gaan om 1 uur s' nachts. Dan voel ik me weer als vanouds. Dan wordt ik weer blij. En na elk gesprek lijk ik meer volwassen te worden. In de zin van: minder vanuit mezelf kijken, en meer vanuit de ander. Mijn verstand weet nu dat het goed is zo. Mijn gedachten zijn zonder boosheid, en er heerst weer vrede. Maar toch...herinneringen blijven, samen met die ogen. En ik kan niet zo van de een op de andere dag zeggen: zo, nu ben je verleden tijd. Maar meer en meer snap ik jouw gedachtegang, en dat je altijd het beste hebt willen doen. Dat ik je niks kan verwijten. Eigenlijk heb ik spijt van al mijn harde woorden. Van al mijn vragen gebasseerd op verdriet. Want jij bent daarvoor te veel waard. En jij hebt het ook niet makkelijk gehad. Vergeef me. Want ik ben soms zo'n egoïst.
Met een brandend hart bid ik. Een hart dat brand van verlangen om dingen te herstellen. Dan bid ik dat God je zegent zo hard als Hij kan, en dat je een arm van Hem om je heen mag krijgen. Een deken van troost bedekt me. Jezus legde hem over me heen. Door zijn oneindige liefde, en door alle mensen die ik mag kennen. U bent alles wat ik nodig heb. Als ik dorst heb geeft u mij levend water, als ik honger heb het eeuwige brood dat als manna uit de hemel regent. Als ik alleen bent komt u op visite, en als ik huil huilt u mee. Als u straalt, straal ik naast u. U gaf Uzelf, en ik geef mij. Meer heb ik niet.
"You placed my name on a stone, because You won't ever forget me, and you say from Your throne that Your love is everlasting.
Before the stars where made, and before every singel breath, You said that you would die for me, and that You would gab my hand."
De Warmte van Jezus wens ik iedereen.
Laaaaaaateaaar.
Met een brandend hart bid ik. Een hart dat brand van verlangen om dingen te herstellen. Dan bid ik dat God je zegent zo hard als Hij kan, en dat je een arm van Hem om je heen mag krijgen. Een deken van troost bedekt me. Jezus legde hem over me heen. Door zijn oneindige liefde, en door alle mensen die ik mag kennen. U bent alles wat ik nodig heb. Als ik dorst heb geeft u mij levend water, als ik honger heb het eeuwige brood dat als manna uit de hemel regent. Als ik alleen bent komt u op visite, en als ik huil huilt u mee. Als u straalt, straal ik naast u. U gaf Uzelf, en ik geef mij. Meer heb ik niet.
"You placed my name on a stone, because You won't ever forget me, and you say from Your throne that Your love is everlasting.
Before the stars where made, and before every singel breath, You said that you would die for me, and that You would gab my hand."
De Warmte van Jezus wens ik iedereen.
Laaaaaaateaaar.
zondag 16 september 2007
...
Ik ben weer terug bij af, de reis lijkt een cyclus, het zij aan zij getij ontwijdt, je steelt wat me lief is, ontvang deze rap nu alsof het een brief is, weet dat het niet niets is, dat ik opnieuw moet zien hoe verdriet is door mijn diepste feelings. Mijn hart schreeuwt mijn wil met een gil van stilte, want steeds als jij zo stil bleef, zag ik dat je gilde. Zie mij nu van binnen tussen de zinnen beginnen met het zoeken naar woorden die niet zijn te vinden om naar jou toe te zingen, gedachten blijven spoken als innerlijke schimmen. Je kijkt van af een bergtop ‘verboden te beklimmen’. Jouw ogen zijn het in me, je lach die me beminde, je stem voert me mee als onbekende winden. Wat wil je, wie speel je, het rilt hier van de stilte. Het verhaal dat in je schuilt vanachter die ogen, ik kan wel blijven kloppen maar die deur gaat niet open, als mijn leven een weg is wil ik die met jou lopen, spuug in mijn gezicht en ik zal je niet verstoten, elke leugen in mijn hoofd is een kogel, afgevuurd van achter en door jouw hand geschoten, de woorden die je zwijgt zijn bereidt mij te doden, sorry dat ik ben, en heb durven te hopen.
Een roos lag op de tafel, ik had em net voor je gekocht,
Maar je stilte zei genoeg, ik heb je niet gezocht.
Sorry dat ik ben wie ik ben en durf te hopen,
Je ogen zijn als messen en mijn wond ligt nu open
Nu kijk ik door de ramen met tranen jouw verhalen te herhalen die maakte dat ik straalde, maar nu, slechts de adem uit me halend, mijn emotie bepalend, je woorden snijden diep, het is een blijvende schade, er is geen nieuw begin als witte gewaden, er is alleen een waas helaas die mij steeds doet verdwalen, geen middel in de wereld om de prijs te betalen, maar licht blijft licht, sterren blijven stralen, zonlicht schijnt opnieuw in de diepte van de dalen, maar de koelte van mijn hart laat de warmte niet ontwaken, verstopt in een hoekje ligt de hoop nog te slapen, geblokkeerd in het duister, achter jouw blokkade. ’t Is tijd voor een verandering, de steen moet worden weggerold ik weet dat het niet anders is, stem van het licht in de tijd dat ik je handen mis, geen rem om mijn gedicht omdat ik weet wanneer ik kansen mis, de wolken breken open als je inziet wat het antwoord is.
Ik ben gaan drinken bij de bron van liefde, door tranen gedreven omdat ik zelf niets heb te bieden, mijn leven daar begraven want winnen werd verliezen, alles kreeg een nieuwe start en nu mag ik weer genieten.
Een roos lag op de tafel, ik had em net voor je gekocht,
Maar je stilte zei genoeg, ik heb je niet gezocht
Sorry dat ik ben wie ik ben en durf te hopen
Je ogen zijn als messen en mijn wond ligt nu open
[ik hou van je.]
[hopelijk ben ik je niet teveel tot last geweest.]
[en hoef je nu niet in tranen te zwemmen om weer het licht te zien]
[vanaf een toren, boven elke leugen verheven, zing ik tot je]
[Dat ik van je hou.]
[weet je nog hoe het was?]
[je zei dat je van me hield. je keek me in de ogen. en kuste me.]
[mijn ogen waren blauwer dan de lucht toch?]
[je had het gevoel dat ik de ware was toch?]
[nee, er was niks aan te merken op onze relatie. Zei je.]
[en ik geloofde je. elke letter. elke letter die als gif in mijn oren kroop.]
[je bouwde mee aan mijn kaartenhuis van hoop. ons kaartenhuis.]
[maar wat of wie blies het om?]
[wat is de rede?]
[ben ik soms niet genoeg om van te houden?]
[staat me lengte je niet aan?]
[heb ik te weinig van je gehouden?]
[je bent een parel. je schitterd met de mooiste glans.]
[en bij iedereen toon je dat. iedereen ziet dat.]
[de mooiste prinses. waar ik mijn hoop op vestigde]
[hoe is het zo ver gekomen? dat je jezelf zelfs voor loog?]
[maar je bent vergeven. want ik vergeef je met heel mijn hart.]
[want wat heb ik eraan bij een bouwval te staan?]
[maarja, wat heb ik voor speciaals? ik heb niet dat speciale dat jij hebt.]
[ik ben niet anders dan elke andere gozer.]
[elke andere gek die verdwijnt in de zee]
[de zee van vergeten herinneringen]
[en als je me nog kan herinneren, denk dan niet aan de verleden tijd]
[denk aan dat ik hou van je.]
[want dat ik hou van jou dat is een feit]
Een roos lag op de tafel, ik had em net voor je gekocht,
Maar je stilte zei genoeg, ik heb je niet gezocht.
Sorry dat ik ben wie ik ben en durf te hopen,
Je ogen zijn als messen en mijn wond ligt nu open
Nu kijk ik door de ramen met tranen jouw verhalen te herhalen die maakte dat ik straalde, maar nu, slechts de adem uit me halend, mijn emotie bepalend, je woorden snijden diep, het is een blijvende schade, er is geen nieuw begin als witte gewaden, er is alleen een waas helaas die mij steeds doet verdwalen, geen middel in de wereld om de prijs te betalen, maar licht blijft licht, sterren blijven stralen, zonlicht schijnt opnieuw in de diepte van de dalen, maar de koelte van mijn hart laat de warmte niet ontwaken, verstopt in een hoekje ligt de hoop nog te slapen, geblokkeerd in het duister, achter jouw blokkade. ’t Is tijd voor een verandering, de steen moet worden weggerold ik weet dat het niet anders is, stem van het licht in de tijd dat ik je handen mis, geen rem om mijn gedicht omdat ik weet wanneer ik kansen mis, de wolken breken open als je inziet wat het antwoord is.
Ik ben gaan drinken bij de bron van liefde, door tranen gedreven omdat ik zelf niets heb te bieden, mijn leven daar begraven want winnen werd verliezen, alles kreeg een nieuwe start en nu mag ik weer genieten.
Een roos lag op de tafel, ik had em net voor je gekocht,
Maar je stilte zei genoeg, ik heb je niet gezocht
Sorry dat ik ben wie ik ben en durf te hopen
Je ogen zijn als messen en mijn wond ligt nu open
[ik hou van je.]
[hopelijk ben ik je niet teveel tot last geweest.]
[en hoef je nu niet in tranen te zwemmen om weer het licht te zien]
[vanaf een toren, boven elke leugen verheven, zing ik tot je]
[Dat ik van je hou.]
[weet je nog hoe het was?]
[je zei dat je van me hield. je keek me in de ogen. en kuste me.]
[mijn ogen waren blauwer dan de lucht toch?]
[je had het gevoel dat ik de ware was toch?]
[nee, er was niks aan te merken op onze relatie. Zei je.]
[en ik geloofde je. elke letter. elke letter die als gif in mijn oren kroop.]
[je bouwde mee aan mijn kaartenhuis van hoop. ons kaartenhuis.]
[maar wat of wie blies het om?]
[wat is de rede?]
[ben ik soms niet genoeg om van te houden?]
[staat me lengte je niet aan?]
[heb ik te weinig van je gehouden?]
[je bent een parel. je schitterd met de mooiste glans.]
[en bij iedereen toon je dat. iedereen ziet dat.]
[de mooiste prinses. waar ik mijn hoop op vestigde]
[hoe is het zo ver gekomen? dat je jezelf zelfs voor loog?]
[maar je bent vergeven. want ik vergeef je met heel mijn hart.]
[want wat heb ik eraan bij een bouwval te staan?]
[maarja, wat heb ik voor speciaals? ik heb niet dat speciale dat jij hebt.]
[ik ben niet anders dan elke andere gozer.]
[elke andere gek die verdwijnt in de zee]
[de zee van vergeten herinneringen]
[en als je me nog kan herinneren, denk dan niet aan de verleden tijd]
[denk aan dat ik hou van je.]
[want dat ik hou van jou dat is een feit]
vrijdag 14 september 2007
uni(ek)
Ben jij een uniek iemand, of denk je dat slechts omdat deze maatschappij dat inprent, maar ben je eigenlijk zoals iedereen?
Bijvoorbeeld zo'n reclame van postkrediet. "omdat u een uniek mens bent met een eigen smaak, kunt u bij ons ook een hypotheek vinden die helemaal bij je past". Dus ik denk, laat ik is kijken hoeveel soorten hypotheken ze dan hebben. Dan blijkt het dat ze wel de enorme keuze van 3 hypotheken hebben. Dus aan de ene kant is iedereen uniek, en aan de andere kant houdt dat in dat 1 van de 3 hypotheken bij je past (volgens postkrediet). Dan vraag k me af in hoeverre we als echt uniek worden gezien. Uniek zijn lijkt slechts een merknaam voor de pap die ons ingegoten wordt in deze cultuur.
Daarom daag ik je nu uit. Vraag jezelf is af hoe goed je jezelf bent.
Ben je een product van deze maatschappij, meepratend met de rest, dat je net als hen, heel erg uniek bent, terwijl je de groep nodig hebt om dat te zeggen?
Of ben je iemand die weet dat God jou heeft gemaakt zoals niemand anders. Dat je er mag zijn zoals je bent met al jou goede en slechte kanten, omdat je dan mooi bent, en omdat je dan echt uniek bent.
Als nou je vrienden in 1 dag kwijt raakt, je kleren zijn gejat, je huis kapot. Wie ben je dan nog? Kan je dan zeggen: ik weet in ieder geval nog wie ik ben, waarom ik diegene ben, en ik hou van mezelf omdat ik speciaal bent, en ik ben ook gewild op deze aarde.
God houdt van je, en je bent speciaal. Jezus kwam hier als mens, terwijl Hij eerst in de Hemel zat en alle macht had. Hij gaf alles op om mens te worden als jij en ik. Hij stoerf aan het kruis en riep: Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen! Hij stond op uit de dood op de 3e dag om te laten zien dat hij geen grappenmaker is. Niet zodat we een clubje konden oprichten die elke zondag naar de kerk gaat, en zich braaf aan alle regeltjes houd, en zich christenen noemen, maar om ten diepste tot ontplooiing te komen, en samen met Jezus en de andere mensen te genieten van wie je bent en wie anderen zijn en wie God is. Iedereen is uniek!
jij bent geweldig! ik ook! en God is prachtig! Zo in het leven staan is toch veel fijner dan je elke keer maar aan te passen aan wie anderen zeggen dat je moet zijn, en je steeds te schamen als je bent wie je eigenlijk moet zijn?
wees uniek, want je bent mooi.
Bijvoorbeeld zo'n reclame van postkrediet. "omdat u een uniek mens bent met een eigen smaak, kunt u bij ons ook een hypotheek vinden die helemaal bij je past". Dus ik denk, laat ik is kijken hoeveel soorten hypotheken ze dan hebben. Dan blijkt het dat ze wel de enorme keuze van 3 hypotheken hebben. Dus aan de ene kant is iedereen uniek, en aan de andere kant houdt dat in dat 1 van de 3 hypotheken bij je past (volgens postkrediet). Dan vraag k me af in hoeverre we als echt uniek worden gezien. Uniek zijn lijkt slechts een merknaam voor de pap die ons ingegoten wordt in deze cultuur.
Daarom daag ik je nu uit. Vraag jezelf is af hoe goed je jezelf bent.
Ben je een product van deze maatschappij, meepratend met de rest, dat je net als hen, heel erg uniek bent, terwijl je de groep nodig hebt om dat te zeggen?
Of ben je iemand die weet dat God jou heeft gemaakt zoals niemand anders. Dat je er mag zijn zoals je bent met al jou goede en slechte kanten, omdat je dan mooi bent, en omdat je dan echt uniek bent.
Als nou je vrienden in 1 dag kwijt raakt, je kleren zijn gejat, je huis kapot. Wie ben je dan nog? Kan je dan zeggen: ik weet in ieder geval nog wie ik ben, waarom ik diegene ben, en ik hou van mezelf omdat ik speciaal bent, en ik ben ook gewild op deze aarde.
God houdt van je, en je bent speciaal. Jezus kwam hier als mens, terwijl Hij eerst in de Hemel zat en alle macht had. Hij gaf alles op om mens te worden als jij en ik. Hij stoerf aan het kruis en riep: Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen! Hij stond op uit de dood op de 3e dag om te laten zien dat hij geen grappenmaker is. Niet zodat we een clubje konden oprichten die elke zondag naar de kerk gaat, en zich braaf aan alle regeltjes houd, en zich christenen noemen, maar om ten diepste tot ontplooiing te komen, en samen met Jezus en de andere mensen te genieten van wie je bent en wie anderen zijn en wie God is. Iedereen is uniek!
jij bent geweldig! ik ook! en God is prachtig! Zo in het leven staan is toch veel fijner dan je elke keer maar aan te passen aan wie anderen zeggen dat je moet zijn, en je steeds te schamen als je bent wie je eigenlijk moet zijn?
wees uniek, want je bent mooi.
zondag 9 september 2007
De strijd om tijd
Zouden minuten maar uren duren! En zouden we maar 2 uur slaap nodig hebben! dan zou ik wellicht tijd hebben om te doen wat ik allemaal wil doen. Kon ik de klok maar stil zetten, en de wereld bekijken alsof ze een foto is! Dan zou ik misschien is rusten en de tijd nemen voor alles. Alles wat ik nu zo gehaast doe, vergeet, of gewoon niet doe.
Stel je voor dat je redelijk uitgeblust in je ouderlijk huis komt na een zware studentenweek, je eigen huis thuis gelaten, samen met de rest wat je wel nodig hebt. Je bril voor het autorijden, de adapter voor de laptop, de oplader voor je mobiel, de boeken voor je studie, je mp3 voor de treinreis, je kleren voor het weekend, cadeau voor een verjaardag. Genoeg rede om te denken: ik heb te gehaast ingepakt, te weinig nagedacht, en alles is chaos. Dan wil je nog even je mail checken, en schrik je van de 52 nieuwe email berichten, wat er nog 40 zijn na verwijdering van poep. Die moeten allemaal gelezen worden en beantwoord. Natuurlijk moet ik ook even Lydia 's blog lezen, en wil mijn moeder dat ik voor de duizendste keer mijn IB-groep check omdat ze daar niks snappen. Daar heb ik dan maar 20 minuten de tijd voor omdat de lesauto voor de deur stopte, ik nog moest werken, Joeri en David nog een cadeau moesten krijgen, ook nog naar hun feestje wil, en meer van dat.
oke, dit maakt mij dus chaotisch...ik heb het nu slechts over de zaterdag. Zondag was minstens zo gestresst, wat overigens niet echt de sabbat eer aan doet.
dan roep je: HELP, ik wil tijd! Klok sta stil! Zon, verroer je niet! Maan, blijf in het duister! Sterren, wacht met stralen! Wereld, wacht op mij voordat je me voorbij draait!
Hoe kom ik nu aan de tijd dit te typen?...ja, dit is nachtwerk, en door deze bezigheid heb ik mijn mail nog steeds niet helemaal gecheckt. Maar het gaat verder best goed met me. Ik heb niks te klagen. Daar heb ik geen tijd voor. Dus als je me nou ziet, en ik kom wat warrig over, vergeef me dan, en neem me mee naar een tijd zonder tijd. Waar Jezus zelf de klok vertrapt, en rustig zegt: chill maar...het is nu de ultieme sabbat.
En zoals de wijze salomo ooit zei: (Prediker 3 vanaf vers 9)
9 Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij met zijn gezwoeg tot stand brengt? 10 Ik heb gezien dat het een kwelling is, die hem door God wordt opgelegd. 11 God heeft alles wat er is de goede plaats in de tijd gegeven, en ook heeft hij de mens inzicht in de tijd gegeven. Toch kan de mens het werk van God niet van begin tot eind doorgronden. 12 Ik heb vastgesteld dat voor de mens niets goeds is weggelegd, behalve vrolijk te zijn en van het leven te genieten. 13 Want wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet en geniet van al het goede dat hij moeizaam heeft verworven, is dat een geschenk van God. 14 Alles wat God doet, zo heb ik vastgesteld, doet hij voor altijd. Daar is niets aan toe te voegen, daar is niets van af te doen. God doet het zo opdat wij ontzag voor hem hebben. 15 Wat er is, was er al lang; wat zal komen, is er altijd al geweest. God haalt wat voorbij is altijd weer terug.
Stel je voor dat je redelijk uitgeblust in je ouderlijk huis komt na een zware studentenweek, je eigen huis thuis gelaten, samen met de rest wat je wel nodig hebt. Je bril voor het autorijden, de adapter voor de laptop, de oplader voor je mobiel, de boeken voor je studie, je mp3 voor de treinreis, je kleren voor het weekend, cadeau voor een verjaardag. Genoeg rede om te denken: ik heb te gehaast ingepakt, te weinig nagedacht, en alles is chaos. Dan wil je nog even je mail checken, en schrik je van de 52 nieuwe email berichten, wat er nog 40 zijn na verwijdering van poep. Die moeten allemaal gelezen worden en beantwoord. Natuurlijk moet ik ook even Lydia 's blog lezen, en wil mijn moeder dat ik voor de duizendste keer mijn IB-groep check omdat ze daar niks snappen. Daar heb ik dan maar 20 minuten de tijd voor omdat de lesauto voor de deur stopte, ik nog moest werken, Joeri en David nog een cadeau moesten krijgen, ook nog naar hun feestje wil, en meer van dat.
oke, dit maakt mij dus chaotisch...ik heb het nu slechts over de zaterdag. Zondag was minstens zo gestresst, wat overigens niet echt de sabbat eer aan doet.
dan roep je: HELP, ik wil tijd! Klok sta stil! Zon, verroer je niet! Maan, blijf in het duister! Sterren, wacht met stralen! Wereld, wacht op mij voordat je me voorbij draait!
Hoe kom ik nu aan de tijd dit te typen?...ja, dit is nachtwerk, en door deze bezigheid heb ik mijn mail nog steeds niet helemaal gecheckt. Maar het gaat verder best goed met me. Ik heb niks te klagen. Daar heb ik geen tijd voor. Dus als je me nou ziet, en ik kom wat warrig over, vergeef me dan, en neem me mee naar een tijd zonder tijd. Waar Jezus zelf de klok vertrapt, en rustig zegt: chill maar...het is nu de ultieme sabbat.
En zoals de wijze salomo ooit zei: (Prediker 3 vanaf vers 9)
9 Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij met zijn gezwoeg tot stand brengt? 10 Ik heb gezien dat het een kwelling is, die hem door God wordt opgelegd. 11 God heeft alles wat er is de goede plaats in de tijd gegeven, en ook heeft hij de mens inzicht in de tijd gegeven. Toch kan de mens het werk van God niet van begin tot eind doorgronden. 12 Ik heb vastgesteld dat voor de mens niets goeds is weggelegd, behalve vrolijk te zijn en van het leven te genieten. 13 Want wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet en geniet van al het goede dat hij moeizaam heeft verworven, is dat een geschenk van God. 14 Alles wat God doet, zo heb ik vastgesteld, doet hij voor altijd. Daar is niets aan toe te voegen, daar is niets van af te doen. God doet het zo opdat wij ontzag voor hem hebben. 15 Wat er is, was er al lang; wat zal komen, is er altijd al geweest. God haalt wat voorbij is altijd weer terug.
dinsdag 21 augustus 2007
coole God :)
Laat ik maar weer is wat schrijven na een motiverende vakantie. Een vakantie met God samen. Een vakantie met veel vrienden samen. Een vakantie van eenheid en voor elkaar klaar staan.
Ik denk weer (stresserig) terug aan het begin. Tassen werden in enorme hoeveelheden in mijn huiskamer gesmeten, met het resultaat dat je een soort apenkooien effect kreeg om aan de andere kant te komen. Dat moest allemaal in de auto van mijn oma. Dat lukte dus niet. Met enkele telefoontjes en veel gevoel voor tassen anticipatie wisten we sarah's moeder met haar busje naar mijn huis te lokken om het overschot aan camping accesoires te vervoeren.
Eenmaal aangekomen waren we al snel geacclimatiseerd en kwamen de gitaren en djembe 's tevoorschijn voor de nodige gezelligheid. Onze buren en omliggenden kwamen enthousiast maar toch ook wel gluurderig een kijkje nemen en genoten van ons gezang. Dit werd later in de vakantie verboden omdat er andere mensen geklaagd hadden. Maar tot die tijd heeft God onze muziek gebruikt om harten aan te raken. Zo stonden onze buren met tranen in hun ogen voor ons toen we een lied speelden voor hun dochter, en hebben ze uiteindelijk ook gekozen om hun leven aan Jezus terug te geven!
Wat deden we normaal gesproken nog meer overdag? 'S ochtends rond 9 uur uit je bed, dan rustig ontbijten en ff je behoefte doen. Dan rond 10 uur of iets later naar het zwembad. Daar waren we dan wel een aardige tijd, al steld het zwembad niks voor. Een badje waar het op z 'n diepst 1.40 was, waar je niet mocht springen, duiken, met ballen mocht gooien of bommetjes mocht maken, en dat met toezicht van een camera. Al snel kwamen we erachter dat het bord er voor de sier hing en maakten we er een sprt van op een leuke wijze alle geboden van het zwembad te overtreden. Een huge opblaasboot, een gigantische strandbal, estafette met kinderen gooien (die dat zelf ook wilden ;)), heel veel stoeien, allerlei random spelletjes die we ter plekke bedachten. Dirk en Isa hielden het bij batsen.
Na het zwemmen was het vaak tijd voor de lunch, en voor anderen om boodschappen te doen, of naar het strand te gaan. Als het goed weer was gingen we heerlijk naar het zanderdige zand. Joshua en ik waren als kleine kinderen uren zoet met een zand stad, die dan 's avonds alweer kapot was gestampt door kinderen die opgeteld niet ouder waren dan ik zelf. Voor de rest was er ook veel tijd voor random chillen en veel diepe gesprekken.
Dan was het tijd voor koken. Isa, als onze moeder, nam de taak dan op zich met vrijwilligers om het avond eten klaar te maken. Het was altijd lekker, doch soms koud en te weinig...maar oke, ik had het niet beter gekunt. Alhoewel....ik heb wel de titel "master" ontvangen nadat ik de pannenkoeken apprentice was van David. Met het gevaarlijke pannenkoekenpan-zwaard makkte ik mijn meester af zodat ik zelf de master werd! (ha ha ha (evil lachje))
De avond was eerst altijd uitbuiken, afwassen en random chillen. Om 10 uur begonnen we dan met worshippen op het strand. Samen met een gaslamp of een kampvuur. Die tijden blijven me het meest bij van de vakantie. God kwam zo dicht bij dat niemand onveranderd is terug gekomen. De Heilig Geest openbaarden gaven aan mensen, God gaf ons een nieuwe diepgang in onze aanbidding, en en nieuwe liefde voor de mensen om ons heen. Hij schonk een aantal van ons een geestelijk zwaard en openbaarde ons dat we door engelen omgeven waren. Het was een hele intensieve tijd, maar ook een tijd waarin we Jezus beter leerde kennen en zijn wil meer leerde kennen.
Dat was dus een random dag uit de vakantie.
Daarna ben ik nog naar flevo geweest voor 1 dagje met Daniël en Levi. Dat was echt vet leuk! Heerlijke mosh-pit bij Disciple, en fijne aanbidding bij Rebecca st. James. En natuurlijk was Lydia er...:) dus dan zit het sowiso wel goed.
pff...nu een drukke tijd met veel dingen regelen voor school en verhuizen en meer van dat. Maar ik heb er wel zin in!
God heeft zoveel gegeven de laatste tijd, daar ben ik echt dankbaar voor.
En Hij zegent jullie dik!
Ik denk weer (stresserig) terug aan het begin. Tassen werden in enorme hoeveelheden in mijn huiskamer gesmeten, met het resultaat dat je een soort apenkooien effect kreeg om aan de andere kant te komen. Dat moest allemaal in de auto van mijn oma. Dat lukte dus niet. Met enkele telefoontjes en veel gevoel voor tassen anticipatie wisten we sarah's moeder met haar busje naar mijn huis te lokken om het overschot aan camping accesoires te vervoeren.
Eenmaal aangekomen waren we al snel geacclimatiseerd en kwamen de gitaren en djembe 's tevoorschijn voor de nodige gezelligheid. Onze buren en omliggenden kwamen enthousiast maar toch ook wel gluurderig een kijkje nemen en genoten van ons gezang. Dit werd later in de vakantie verboden omdat er andere mensen geklaagd hadden. Maar tot die tijd heeft God onze muziek gebruikt om harten aan te raken. Zo stonden onze buren met tranen in hun ogen voor ons toen we een lied speelden voor hun dochter, en hebben ze uiteindelijk ook gekozen om hun leven aan Jezus terug te geven!
Wat deden we normaal gesproken nog meer overdag? 'S ochtends rond 9 uur uit je bed, dan rustig ontbijten en ff je behoefte doen. Dan rond 10 uur of iets later naar het zwembad. Daar waren we dan wel een aardige tijd, al steld het zwembad niks voor. Een badje waar het op z 'n diepst 1.40 was, waar je niet mocht springen, duiken, met ballen mocht gooien of bommetjes mocht maken, en dat met toezicht van een camera. Al snel kwamen we erachter dat het bord er voor de sier hing en maakten we er een sprt van op een leuke wijze alle geboden van het zwembad te overtreden. Een huge opblaasboot, een gigantische strandbal, estafette met kinderen gooien (die dat zelf ook wilden ;)), heel veel stoeien, allerlei random spelletjes die we ter plekke bedachten. Dirk en Isa hielden het bij batsen.
Na het zwemmen was het vaak tijd voor de lunch, en voor anderen om boodschappen te doen, of naar het strand te gaan. Als het goed weer was gingen we heerlijk naar het zanderdige zand. Joshua en ik waren als kleine kinderen uren zoet met een zand stad, die dan 's avonds alweer kapot was gestampt door kinderen die opgeteld niet ouder waren dan ik zelf. Voor de rest was er ook veel tijd voor random chillen en veel diepe gesprekken.
Dan was het tijd voor koken. Isa, als onze moeder, nam de taak dan op zich met vrijwilligers om het avond eten klaar te maken. Het was altijd lekker, doch soms koud en te weinig...maar oke, ik had het niet beter gekunt. Alhoewel....ik heb wel de titel "master" ontvangen nadat ik de pannenkoeken apprentice was van David. Met het gevaarlijke pannenkoekenpan-zwaard makkte ik mijn meester af zodat ik zelf de master werd! (ha ha ha (evil lachje))
De avond was eerst altijd uitbuiken, afwassen en random chillen. Om 10 uur begonnen we dan met worshippen op het strand. Samen met een gaslamp of een kampvuur. Die tijden blijven me het meest bij van de vakantie. God kwam zo dicht bij dat niemand onveranderd is terug gekomen. De Heilig Geest openbaarden gaven aan mensen, God gaf ons een nieuwe diepgang in onze aanbidding, en en nieuwe liefde voor de mensen om ons heen. Hij schonk een aantal van ons een geestelijk zwaard en openbaarde ons dat we door engelen omgeven waren. Het was een hele intensieve tijd, maar ook een tijd waarin we Jezus beter leerde kennen en zijn wil meer leerde kennen.
Dat was dus een random dag uit de vakantie.
Daarna ben ik nog naar flevo geweest voor 1 dagje met Daniël en Levi. Dat was echt vet leuk! Heerlijke mosh-pit bij Disciple, en fijne aanbidding bij Rebecca st. James. En natuurlijk was Lydia er...:) dus dan zit het sowiso wel goed.
pff...nu een drukke tijd met veel dingen regelen voor school en verhuizen en meer van dat. Maar ik heb er wel zin in!
God heeft zoveel gegeven de laatste tijd, daar ben ik echt dankbaar voor.
En Hij zegent jullie dik!
zondag 22 juli 2007
over thinking
Your eyes, they draw me to your heart.
Your voice, can fly me to the stars.
What if this dream could be real?
Our fantasy could take us anywhere
We could fly to the ocean,
You are holding my hand,
I don 't think we'll ever leave
We could walk through a forest
and get lost behind the trees
You can sleep in my arms if you want to
I don 't think we'll ever leave
I guess it 's up to us,
to stop the clock from ticking
woensdag 18 juli 2007
Verf en calorieën.
Daar kwam je binnen. Je gitaar had je meegenomen, en ook je mooie stem. Ik vertelde je over Ruud, over mijn gedachten en over zijn leven. Jij luisterde. Dat was ook alles wat nodig was. het verhaal van het ziekenhuis, en de band van onze familie. Mijn vochtige ogen....en jouw troostende schouder.
De gitaar was niet voor niets mee. Het opgevouwen papier kwam tevoorschijn en daarbij het geluid de gitaar. Je stem zong mijn gebed, want zo voelde het, en jouw ogen droegen mijn tranen, want zelf huilde ik niet. Terwijl ik wel zou willen huilen. Al was het alleen omdat ik zo bewonder wat je voor me doet, en er zo voor me bent.
Toen moesten we werken. Jij met schuurpapier, en ik met een roller. De muziek vanuit de boxen verfijnde de werksfeer, en voor de rest was onze aanwezigheid genoeg. Na hard werken, en een tekort aan schuurpapier, was het tijd voor een break. Mijn T-shirt voelde aan als steen door het met verf gestempelde patroon, al zaten jouw herrinneringen er in. We zagen er niet uit. En dat is waarom ik er zo van genoot om met jou de winkels in te lopen. Om te kijken naar de blikken van bejaarden, of naar de nog minder subtiele opmerkingen van pubers. Traditioneel dronken we koffie op het te kleine houten bankje in de Super de Boer. Maar de break was nog niet voorbij. Het was de tuin van mijn huis die ons uitnodigde met haar vele organismen om onze voeding bij haar te komen nuttigen. Het verrotte houten bankje in de tuin hield ons nog wel, samen met de rondspringende padden. Jij las voor hoeveel calorieën we binnen haalden, en ik genoot van de smaak. Ieder zijn ding. Met onze volle buiken konden we natuurlijk niet werken (dat kan toch niet he?). Dus eerst even uitbuiken. Het prikken in mijn buik hielp daarbij. ik kronkel zo in elkaar, en dat is dan genieten. De jeuk door de vele kleine diertjes werd wel steeds erger, en deed ons besluiten op te staan. We zouden weer gaan werken. We zouden weer energie moeten hebben. Maar het maakt niet uit. De houten vloer droeg je wel, en anders wel maria, mijn lieve schapen-kussen. Zo chillde we daar, totdat je besefte dat je alweer te laat was. Ik ging weer verfen, en later eten bij de snackbar.Jij stapte op de fiets. Op naar huis, en daarna naar je paard.
Misschien was het een best normale dag. Misschien was het allemaal niet zo bijzonder. Maar dat ben jij wel. Echt waar.
knuffel. een echte.
De gitaar was niet voor niets mee. Het opgevouwen papier kwam tevoorschijn en daarbij het geluid de gitaar. Je stem zong mijn gebed, want zo voelde het, en jouw ogen droegen mijn tranen, want zelf huilde ik niet. Terwijl ik wel zou willen huilen. Al was het alleen omdat ik zo bewonder wat je voor me doet, en er zo voor me bent.
Toen moesten we werken. Jij met schuurpapier, en ik met een roller. De muziek vanuit de boxen verfijnde de werksfeer, en voor de rest was onze aanwezigheid genoeg. Na hard werken, en een tekort aan schuurpapier, was het tijd voor een break. Mijn T-shirt voelde aan als steen door het met verf gestempelde patroon, al zaten jouw herrinneringen er in. We zagen er niet uit. En dat is waarom ik er zo van genoot om met jou de winkels in te lopen. Om te kijken naar de blikken van bejaarden, of naar de nog minder subtiele opmerkingen van pubers. Traditioneel dronken we koffie op het te kleine houten bankje in de Super de Boer. Maar de break was nog niet voorbij. Het was de tuin van mijn huis die ons uitnodigde met haar vele organismen om onze voeding bij haar te komen nuttigen. Het verrotte houten bankje in de tuin hield ons nog wel, samen met de rondspringende padden. Jij las voor hoeveel calorieën we binnen haalden, en ik genoot van de smaak. Ieder zijn ding. Met onze volle buiken konden we natuurlijk niet werken (dat kan toch niet he?). Dus eerst even uitbuiken. Het prikken in mijn buik hielp daarbij. ik kronkel zo in elkaar, en dat is dan genieten. De jeuk door de vele kleine diertjes werd wel steeds erger, en deed ons besluiten op te staan. We zouden weer gaan werken. We zouden weer energie moeten hebben. Maar het maakt niet uit. De houten vloer droeg je wel, en anders wel maria, mijn lieve schapen-kussen. Zo chillde we daar, totdat je besefte dat je alweer te laat was. Ik ging weer verfen, en later eten bij de snackbar.Jij stapte op de fiets. Op naar huis, en daarna naar je paard.
Misschien was het een best normale dag. Misschien was het allemaal niet zo bijzonder. Maar dat ben jij wel. Echt waar.
knuffel. een echte.
Rust in Vrede.
[As your voice fades - Emery]
somebody please tell me what am I suppose to do? you've died, and I'm here, thinking that I hear your voice, but it's somebody else. it's always somebody else.
why did you die?! don't leave me please! I beg you God tonight! bring me peace. I'll never sleep without the dreams of you alive here with me, alive here with me.
the brightness left your eyes, as I held your face. don't tell me it's the right time and your last words will sustain me until my end...until I see you again
Slaap zacht lieve Ruud.
somebody please tell me what am I suppose to do? you've died, and I'm here, thinking that I hear your voice, but it's somebody else. it's always somebody else.
why did you die?! don't leave me please! I beg you God tonight! bring me peace. I'll never sleep without the dreams of you alive here with me, alive here with me.
the brightness left your eyes, as I held your face. don't tell me it's the right time and your last words will sustain me until my end...until I see you again
Slaap zacht lieve Ruud.
dinsdag 17 juli 2007
Heey Ruud
De grote witte deuren staren me aan, en achter hun met gaas bedekte ramen ligt een gang. Een gang met nog veel meer deuren, en huilende families. Een gang die er iets te schoon uit ziet. Een glans van mensen dicht bij de dood. Doctoren in witte jassen, en verhalen over een zo comfortabel mogelijke dood. En daar, achter die dubbele deur, daar lig je dan. Samen met mama en Anneke, en met Rob en Frank, lopen loop ik naar je toe. De afgelopen week had je lekker geslapen he Ruud?...Nu was je klaar wakker. Met je ogen keek je op als we je naam noemde, de rimpels om je mond trokken aan als we iets leuks vertelde, en je ademhaling haperde wat als je iets wilde terug zeggen. Maar praten kan niet. De slangen en buizen in je mond en neus voorkomen dat. We hebben nu slechts je gezicht om aan af te lezen wat je vindt, en wat je voelt. "lig je lekker Ruud?" vroeg ik nog aan je. "je hebt de mercedes van de bedden. Speciaal voor jou. We zijn hier nu allemaal Ruud. Ron, Frank, Harry, Marjoleine, Rob, Anneke, en natuurlijk Wido, je grote vriend. En ik ben er ook Ruud. En weet je waarom? Omdat we van je houden. Omdat jij degene bent die onze familie altijd zo bijeen hield. Omdat jij de grappen maakte waar we van op de grond vielen. Omdat jij 5 minuten in je koffie roerde. Dat moest ook wel, met die bergen suiker. Omdat jij gewoon Ruud bent, onze lieve oom, broer of vriend. Ja Ruud, dat ben jij." De tranen in mijn ogen, en de trilling van mijn stem neemt aanvang en maakt dat ik even zwijg, en in mezelf denk; nu lig je daar. Slechts de medicijnen en de vele apparaten zorgen dat je nog ademt. Maar dat weet jij niet. Jij weet niet hoe dicht bij je bij de dood bent. Dus ga maar lekker slapen Ruud. Want die slaap neemt je mee naar de Vader, naar de plek zonder pijn en verdriet. Je weet toch nog wat ik zei Ruud? je weet toch dat God van je houdt, en bij je wil zijn? je weet toh dat Jezus jouw schuld heeft betaald? je weet toch dat God liefde en rechtvaardig is? Je weet toch dat je Hem nodig hebt? toch...?
de laatste moment zijn aangebroken. De ochtend zal je niet meer halen, of hooguit de eerste zonnestralen. "Ruud, dit wil ik je nog zeggen: ...God houdt van je. Hij heeft je gemaakt. Hij wil bij je zijn, nu, en voor altijd. Hij wil nu ook jouw trooster zijn in deze pijn. En jij mag ja zeggen. Onthoud dat jongen. Onthoud dat lieve oom. Ik ga nu naar huis. Maar we laten je niet alleen hoor. Ron blijft hier, en papa. en Frank ook. Je broers zijn er de hele nacht. Doei Ruud!"...
nog vol onbesef loop ik naar de dubbele deur, die mij weer in die gang zet. Die gang met ziekenhuis lucht. Die gang met de geur van ellende, van dood, en niet van genezing. Nee, dan zou je wel ergens anders liggen. Niet op de intensive care. "Dit was mijn afscheid", dringt dan tot me door. Dit was het laatste contact met Ruud. Samen met mama loop ik naar buiten. Dan voel ik weer die insectenbeet. Die pijn die me al heel de dag teistert, maar even was verdwenen voor de tijd met Ruud. Maar nu bijt het weer. De wind blaas tegen mijn handen, en mijn haar waait voor mijn ogen. Een sluier van emoties. De stoplichten bleven langer rood dan normaal, en de mensen waren agressiever. En mijn moeder bleef praten. Dat hoort bij haar. stilte is er niet bij. Herrinneringen werden opgehaald, en meer en meer besefte we dat het lijden van Ruud heel onze familie hechter maakte. Dat is ook altijd zijn grootste wens geweest. Niet het lijden, maar wel de familie als hoogste prioriteit. Veel meer had hij ook niet.
En nu Ruud, nu vloeien er tranen over mijn wangen voor jou. tranen van liefde. Jij zal blijven leven Ruud. In onze harten. Want je bent altijd zo heerlijk jezelf geweest. En zo zullen we je blijven herrinneren.
Doei Ruud, voor de laatste keer. En ik zie je later weer terug toch?...
maandag 16 juli 2007
Terug bij af. een rap by my hand.

Ik ben weer terug bij af, de reis lijkt een cyclus, het zij aan zij getij ontwijdt, je steelt wat me lief is, ontvang deze rap nu alsof het een brief is, weet dat het niet niets is, dat ik opnieuw moet zien hoe verdriet is door mijn diepste feelings. Mijn hart schreeuwt mijn wil met een gil van stilte, want steeds als jij zo stil bleef, zag ik dat je gilde. Zie mij nu van binnen tussen de zinnen beginnen met het zoeken naar woorden die niet zijn te vinden om naar jou toe te zingen, gedachten blijven spoken als innerlijke schimmen. Je kijkt van af een bergtop ‘verboden te beklimmen’. Jouw ogen zijn het in me, je lach die me beminde, je stem voert me mee als onbekende winden. Wat wil je, wie speel je, het rilt hier van de stilte. Het verhaal dat in je schuilt vanachter die ogen, ik kan wel blijven kloppen maar die deur gaat niet open, als mijn leven een weg is wil ik die met jou lopen, spuug in mijn gezicht en ik zal je niet verstoten, elke leugen in mijn hoofd is een kogel, afgevuurd van achter en door jouw hand geschoten, de woorden die je zwijgt zijn bereidt mij te doden, sorry dat ik ben, en heb durven te hopen.
Een roos lag op de tafel, ik had em net voor je gekocht,
Maar je stilte zei genoeg, ik heb je niet gezocht
Sorry dat ik ben wie ik ben en durf te hopen
Je ogen zijn als messen en mijn wond ligt nu open
Nu kijk ik door de ramen met tranen jouw verhalen te herhalen die maakte dat ik straalde maar nu, slechts de adem uit me halend, mijn emotie bepalend, je woorden snijden diep, het is een blijvende schade, er is geen nieuw begin als witte gewaden, er is alleen een waas helaas die mij steeds doet verdwalen, geen middel in de wereld om de prijs te betalen, maar licht blijft licht, sterren blijven stralen, zonlicht schijnt opnieuw in de diepte van de dalen, maar de koelte van mijn hart laat de warmte niet ontwaken, verstopt in een hoekje ligt de hoop nog te slapen, geblokkeerd in het duister, achter jouw blokkade. ’t Is tijd voor een verandering, de steen moet worden weggerold ik weet dat het niet anders is, stem van het licht in de tijd dat ik je handen mis, geen rem om mijn gedicht omdat ik weet wanneer ik kansen mis, de wolken breken open als je inziet wat het antwoord is. Ik ben gaan drinken bij de bron van liefde, door tranen gedreven omdat ik zelf niets heb te bieden, mijn leven daar begraven want winnen werd verliezen, alles kreeg een nieuwe start en nu mag ik weer genieten.
Een roos lag op de tafel, ik had em net voor je gekocht,
Maar je stilte zei genoeg, ik heb je niet gezocht
Sorry dat ik ben wie ik ben en durf te hopen
Je ogen zijn als messen en mijn wond ligt nu open
Abonneren op:
Reacties (Atom)
